Heb je een vuurtje?

Elk vuur is een stap in de ontwikkeling

Sinds de uitvinding van de eerste “aansteker”, waarbij zo’n 32.000 jaar geleden de eerste Europeanen vonken lieten ontstaan door twee stenen tegen elkaar te slaan, zoeken of wachten we het vuur niet af zoals insecten of planten dat doen. Wij maken het, gebruiken het en proberen het te beheersen. Nagenoeg elke vooruitgang in de geschiedenis van de mensheid is verbonden met vuur. Het biedt ons bescherming, licht en warmte. Het maakt het ons mogelijk te koken, dingen te smelten en metaal te smeden. Het vuur ligt aan de basis van de industriële revolutie, met de ontdekking van oneindig veel nieuwe toepassingen voor zijn kracht: van hoogwaardige ovens en de omzetting van kolen en gas in stroom, tot voortbeweging door middel van motoren. Sinds circa 200 jaar lukt het mensen steeds beter om vuur technisch onder controle te krijgen. En sinds circa 100 jaar proberen we voorschriften en gedragingen vast te leggen, om de altijd aanwezige vernietigende kracht van rook en vlammen te bedwingen.

De eerste officiële verordeningen ontstonden 500 jaar geleden. Deze verordeningen gingen voor het eerst ook in op preventieve brandveiligheid voor gebouwen.

Van huisbrand tot inferno

Grote branden staan in de geschiedenis meestal synoniem aan de totale vernietiging van de basis van het bestaan. En ze kwamen vaak voor: in de late Middeleeuwen werden gemiddeld iedere tien tot twintig jaar tijd alle huizen van een straat of zelfs hele wijken vernietigd. Daarmee begint de geschiedenis van de brandveiligheid. Eerst alleen met regelgeving voor brandbestrijding, waarbij bijvoorbeeld ieder huishouden een leren emmer klaar moest hebben staan om te kunnen blussen en burgers er met een straf van omgerekend 14.000 Euro toe werden verplicht om in geval van brand mee te werken aan bluswerkzaamheden. De eerste officiële verordeningen ontstonden 500 jaar geleden. Deze verordeningen gingen voor het eerst ook in op preventieve brandveiligheid voor gebouwen. De voorlopers van onze huidige brandveiligheidsnormen reguleerden de constructiewijze van houten huizen en het bedekken van vloeren met stro.

Kleine oorzaken met catastrofale gevolgen

Ondanks alle brandvoorzorgsmaatregelen loopt het aantal kleine en grotere branden wereldwijd in de miljoenen. En dat jaar in, jaar uit. En ook al valt er slechts in minder dan één procent van deze gevallen een dodelijk slachtoffer, vuur en de daarmee gepaard gaande rookontwikkeling kunnen razendsnel tot levensgevaarlijke en dure catastrofes leiden. Het risico van brand in huizen, openbare gebouwen of industrieterreinen is vandaag de dag veel groter dan in de afgelopen eeuwen: fouten in de stroomvoorziening (vooral ook door decentrale energie-opwekking en energie-opslag), brandgevaarlijk werk, nalatigheid in het gebruik van machines, of door oververhitting van inferieure apparatuur. Het maakt niet uit of dit leidt tot een open vuur of tot een smeulende brand. Een ding hebben ze gemeen: de oorzaken zijn klein, maar de gevolgen zijn vaak catastrofaal. En het grootste deel van alle branden ter wereld ontstaat in gebouwen.

Rampzalige brandcatastrofes in gebouwen in Europa

1327 München, meer dan 30 procent van de stad wordt verwoest

1656 Aachen, bijna 2.000 huizen verwoest

1666 Londen, 13.000 huizen verwoest

1805 Melk (Oostenrijk), brand in een gebouw

1814 Tirschenreuth (Duitsland), 1.000 gebouwen verwoest

1842 Hamburg, bijna 25 procent van de stad verwoest

1881 Nice, gasexplosie

1881 Wenen, bij brand in een gebouw na een gasexplosie

1904 Ålesund (Noorwegen), 850 huizen verwoest

1967 Brussel, brand in een warenhuis

1979 Wenen, hotelbrand

1996 Düsseldorf, brand op het vliegveld

1998 Göteborg, brand in een discotheek

2000 Enschede, brand en explosie van vuurwerk, 200 verwoeste huizen

2012 Titisee-Neustadt (Duitsland), brand

2015 Boekarest, uitslaande brand in een discotheek